´We moeten meer over de dood praten´

Bettien Hilbrands

 ´Ouwe lijkenpikker´ noemden ze hem. Maar toen hij de begrafenis van hun vader voor ze had geregeld, terwijl ze eigenlijk geen geld hadden, was het ineens ´meneer Boelkens´. ´Kijk, dat geeft nou voldoening, dat je iets voor mensen kunt betekenen door de uitvaart van hun dierbaren goed te verzorgen.´ Erik Boelkens, directeur van uitvaartverzorging Atropos, leunt tevreden achterover. In zijn kleine kantoortje in een statig pand aan de Scheveningse Van Boetzelaerlaan zegt hij: ´Er valt vaak een stilte als ik over mijn werk vertel´.

Eigenlijk had hij een vrije dag, maar hij moest nog wat dingen regelen. En tussendoor wil hij best een paar uur over zijn vak praten. Er rust immers nog steeds een taboe op de dood in het algemeen en op het beroep van uitvaartverzorger in het bijzonder. `Er moet veel meer over gepraat worden´, zegt Boelkens. Maar volgens hem komt er langzamerhand toch wel meer openheid. Nabestaanden mogen nu zelfs in de ovenruimte van het crematorium komen. ´Dat komt door de andere gebruiken van allochtonen´, legt Boelkens uit. ´Hindoes bijvoorbeeld willen dat de oudste zoon in het gezin de brandstapel aansteekt. Maar de wet op de lijkbezorging verbiedt brandstapels.´

Bij de begrafenis van een oma uit een half Nederlands, half Indiaas gezin liet Boelkens de kinderen in de ovenruimte toe. ´Je moet ze goed voorbereiden en een taak in het geheel geven. Je kunt ze bijvoorbeeld een bloem of tekening op de kist laten leggen.´ De crematoria moeten wel meer rekening houden met deze ontwikkeling. ´Nu moeten ze de ovenruimte steeds opruimen.´

Atropos is een Schevenings bedrijf en in Schevingen wonen niet veel allochtonen. Boelkens heeft dus minder met de verschillende gebruiken te maken dan zijn Haagse collega´s. Toch heeft hij zich er wel in moeten verdiepen. Chinezen bijvoorbeeld willen dat hun doden op een even dag begraven worden als ze ook op een even dag overleden zijn. ´En de nabestaanden knielen altijd rond het graf. Ik leg er nu maar kunstgras onder, anders zitten ze met hun knietjes in de modder.´ Bij Hindoestaanse crematies viel het hem op dat er altijd nog een aantal mensen veel te laat binnen kwam. ´Dat hoort erbij, in hun cultuur moeten die laatkomers het vuur voeden.´ Allochtonen zetten nu overigens wel veel meer hun eigen organisaties op. ´Een uitvaartbedrijf van hetzelfde geloof begrijpt de eigen wensen toch beter´.

Zelfs in het streng christelijke Scheveningen loopt de kerkgang terug. Het aantal crematies neemt daardoor toe in verhouding tot het aantal begrafenissen. Landelijk is dat nu al 50,9 procent, in Scheveningen nog maar 24 procent. Maar Boelkens verwacht wel dat dit percentage nog zal toenemen. Het eerste Nederlandse crematorium werd overigens al in 1913 door de Vereeniging voor Lijkverbranding gebouwd in Driehuis. Het duurde nog tot 1955 voor cremeren wettelijk werd toegestaan, en tot 1991 voor cremeren wettelijk gelijk werd gesteld aan begraven. ´Het was verboden om in je testament te zetten dat je gecremeerd wilde worden. De rechters werden hiermee voor een probleem gesteld. Iemand die dood is kun je immers niet meer strafbaar stellen. Dus legden ze het crematorium maar een symbolische boete op van één gulden´.

Behalve cremeren zijn ook andere vormen van lijkbezorgen in opkomst, zoals het ter beschikking van de wetenschap stellen en vriesdrogen. Bij de laatste methode wordt het lichaam afgekoeld tot min 180 graden, wat alle vocht eruit onttrekt. Daarna wordt het door trillingen verbrokkeld en kunnen de resten zonder schade aan het milieu in de grond worden geborgen.

 Boelkens staat open voor nieuwe ontwikkelingen, maar een echte trendsetter wil hij niet zijn. ´Dat zit ook niet in de Scheveningse cultuur. Kwaliteit wordt hier wel belangrijk geworden. Dat stamt nog uit het verleden, toen veel vissers een zeemansgraf vonden. Een begrafenis was echt iets bijzonders en daar werd dan ook veel werk van gemaakt´, zegt hij.

Volgens Boelkens moet een uitvaart vooral bij de overledene passen. De mensen zijn tegenwoordig veel mondiger en hebben soms heel specifieke ideeën. Bovendien verzekeren veel mensen zich extra omdat uitvaarten luxer en duurder worden.´Het is prettig als iemand het zelf kan regelen. Dat is bijvoorbeeld zo bij aidspatiënten die al van te voren weten dat ze snel komen te overlijden. Er wilde er één op een boerenkar met twee Zeeuwse knollen ervoor vervoerd worden. Het was nog een heel gedoe om dat voor elkaar te krijgen, maar het is gelukt´, vertelt hij trots.

Met sommige wensen heeft Boelkens wel moeite. ´Bij een bejaarde vrouw wilden de nabestaanden bijvoorbeeld niet dat haar mond gesloten werd omdat ze haar alleen met open mond kenden. Ook antroposofen willen hun doden graag herinneren zoals ze overleden zijn. Zo kan het voorkomen dat een lijk helemaal wordt toegetakeld nadat het eerst keurig afgelegd is. Ter illustratie strijkt hij zijn haar door de war en trekt hij zijn das los. ´Maar wij worden daar wel op afgerekend´, zegt Boelkens. Een oplossing is dan om er een bordje met uitleg bij te doen. ´Dat hebben we gedaan bij een man die in een ruwhouten kist met de splinters er nog aan wilde omdat Jezus ook aan een ruwhouten kruis gestorven is. En je hebt ook mensen die per se in hun eigen krakkemikkige auto vervoerd willen worden, zoals die paarse auto van Herman Brood, of die een plaat willen draaien die al helemaal grijs gedraaid is. Zolang je erbij zegt dat die uit de eigen collectie van de overledene komt is er niks aan de hand´.

Hoewel Atropos een familiebedrijf is, heeft Boelkens wel bewust voor het vak gekozen. ´Het leuke van een klein bedrijf is dat je met alle facetten van de uitvaart te maken hebt, ook met de nazorg. Daardoor heb je ook een nauwere band met de familie van de overledene.´ Zelf wil hij later bijgezet worden in het familiegraf, waar ook zijn vader ligt. ´Het moet een nette begrafenis worden met een eiken kist´, mijmert hij. Op het schilderij aan de muur achter hem kijkt zijn vader tevreden toe.